David Byrne to the bone

Via OOR

David Byrne to the bone
By Sven Gerrets
Photos by Luuk Denekamp

Een Dadaïstische songtekst, dansers die over het podium wervelen, Brian Eno nummers en een volledig in het wit geklede cast onder leiding van David Byrne.

De oud Talking Heads voorman begeeft zich graag buiten de gebaande conventionele paden van de muziekindustrie. Zo hield hij zich eerder al bezig met crossmediale projecten op het gebied van film, fotografie, opera en internet. Maar Byrne is alweer 57 en wilde haren worden grijs, scherpe randjes raken gepolijst. Zijn mix van pop, rock en moderne dans levert daardoor een originele, maar ook gemoedelijke avond op.

Net als zijn optreden in Vredenburg, maart dit jaar, is het ook in de Melkweg een zitconcert. Veel mensen komen daar pas achter bij binnenkomst. Ondanks het hoge aantal verbaasde en licht geïrriteerde opmerkingen bij de ingang vullen de stoelen zich relatief soepel en rond 20.00 uur zit de uitverkochte zaal er klaar voor. Nonchalant komt Byrne het podium op slenteren en geeft grappend wat huishoudelijke mededelingen. Er hangt direct een ontspannen sfeer. Alsof hij bij je in de huiskamer staat. Die sfeer blijft hangen als hij samen met zijn begeleidingsband openingsnummer Strange Overtones inzet. Heerlijk om relaxed bij in je stoel te hangen.

De rust op het podium is snel voorbij wanneer het tweede nummer begint. I Zimbra, afkomstig van het uit 1979 stammende Talking Heads album Fear Of Music. De songtekst is een adaptatie van Gadji Beri Bimba, een gedicht van de Dadaist Hugo Ball, die met zijn expres irrationele uitingen tegen de heilige huisjes van de kunst aanschopte. Byrne to the bone. Het is het sein voor de dansers om mee te gaan doen. In no time rennen en springen er een zestal personen om elkaar en Byrne heen. Daarna is het juist weer tijd voor een rustig moment. Geen gezwier om Byrne, maar de focus volledig op zijn stem. Met One Fine Day laat hij horen dat die over de jaren meer en meer gerijpt is. De loepzuivere trillingen die zijn stembanden voortbrengen krijgen het publiek muisstil. Als menselijke samplemachine tijdens Help Me Somebody klinkt hij vervolgens juist weer krassend en metalig. Zo probeert elk nummer op een andere manier emotie op te roepen.

De choreografie is met vlagen indrukwekkend. Dans alsof het zo bij het Nederlands Dans Theater vandaan komt. Volledig toegespitst op die grijs-witte kwibus in het midden van het podium. Soms doet hij met ze mee. En niet onverdienstelijk; ondanks het feit dat hij bij echte synchroonroutines met zijn iets strammere motoriek uit de toon valt, ziet het er vaak bjizonder strak uit wat hij al zingend en gitaarspelend laat zien. Andere keren wordt er volledig rondom hem heen bewogen. Bij een energieke versie van Houses In Motion wordt duidelijk hoe ingenieus de show soms in elkaar steekt. Een danser springt met een enorme vaart tussen Byrne en zijn microfoon door, net op het moment dat die zich in een pauze van de songtekst een aantal centimeter naar achteren en weer naar voren beweegt. Het is prachtig, maar wel erg ingestudeerd en - zoals collega Raymond Rotteveel in zijn verslag over het vorige Byrne optreden schreef - mijlenver verwijderd van een rockconcert. Als iemand uit het publiek smekend vraagt wanneer wij nou mogen dansen blijkt zelfs dát moment al van te voren vast te liggen. 'Nu nog even niet, maar snel', is het antwoord van Byrne, terwijl hij de mensen met moeite weet te overtuigen om te blijven zitten.

Er volgen prachtige nummers als Heaven, My Big Nurse, My Big Hands en Life Is Long. Soms met de nadruk op de indrukwekkende achtergrondzang of de heerlijke muur van percussie die achter op het podium staat opgesteld, andere keren juist weer op een grappige act met bureaustoelen. Tijdens Crosseyed and Painless gebaren de dansers ons om te gaan staan. Na zo'n tijd zitten valt het dan helemaal niet mee om er lin te komen. Born Under Punches is wel even nodig om alles te rekken en te strekken. Als de hit Once In A Lifetime gespeeld wordt is iedereen gelukkig los. Voordeel van de vaste stoelen is wel dat je niet ingeklemd staat tussen de zwetende oksels van vijf buren. Een welkome afwisseling.

Het is duidelijk dat we richting climax gaan. En die komt in de vorm van drie toegiften. Daarin onder andere een bijzonder fraaie versie van Take Me To The River. Maar we wachten natuurlijk op toegift twee. Met eerst een ouderwets goofy uitvoering van Road To Nowhere, die eindelijk de echte concertsfeer naar boven krijgt. Vervolgens is het even snel omkleden om met zjin allen in tutu's Burning Down The House te spelen. Dat was al een prachtig slot geweest, maar Byrne komt nog terug om het rustige Everything That Happens te spelen. Een intiem einde aan de show die meer theater is dan rock. De elf muzikanten en dansers doen in een fel uitfikkend licht hun laatste buiging en verdwijnen. Byrne mag dan geen echte Dadaïst meer zijn, hij weet nog steeds hoe je een boeiende show neer moet zetten.

December Radio David Byrne Presents: Arabia

More Info